Wespen, bijen, hommels

Hoornaar wesp
Hoornaar wesp

Is het nu een bij, een wesp, een hoornaar, een hommel of een zweefvlieg?
Voor velen bestaat er nog steeds wat onduidelijkheid over het verschil tussen sommige van deze insecten. Hieronder worden enkele uiterlijke verschillen tussen de wesp, de hoornaar, de bij en de zweefvlieg opgenoemd:


De wesp wordt vaak verward met de zweefvlieg (blinde bij). Het grote verschil is hun manier van vliegen, de wesp vliegt ononderbroken, en het aantal vleugels, de wesp heeft namelijk vier vleugels. De wesp draagt bij tot het ecosysteem omdat ze een insectivoor is. Zo behoudt ze de aantallen in evenwicht en spaart ze ons van hinderlijke insecten. De wespen worden onderverdeeld in sociale wespen & solitaire wespen. De sociale wesp leeft in kolonies die verschillen in grootte en veroorzaakt vaker overlast. De solitaire wesp leeft alleen en is niet agressief zolang die niet lastiggevallen wordt.

Slank, felgeel lichaam met zwarte ringen, 17 tot 20mm lang, weinig tot geen haar en lange antennes. Enkel de vrouwtjes hebben een angel.

  • Nest: uitzicht ‘papieren bal’ in de nabijheid van of in fruitbomen, etenswaren, vuilnisbakken, enz. Het nest blijft gedurende 1 seizoen in gebruik;
  • Agressiever dan bijen, verdedigen de nestingang;
  • Steken soms spontaan en mogelijk meermaals (tot 10x);
  • Tijdens zomer & herfst actief, ze sterft uit tegen de winter;
  • Is bovenal een insectivoor: rupsen, bladluizen, muggen, vliegen, kevers, enz.
  • Eind augustus voeden zich met nectar of ander suikerachtig voedsel. Dan steekt de agressiviteit de kop op.

Het nest van een sociale wesp bevindt zich in de hoogte (schouw, balk, holle boom, scheuren in muren, ..) of op de bodem en dit meestal op donkere of verborgen plekken waar het warm, droog en weinig begroeit is.

Dit nest is in de eerste plaats het werk van de koningin, zij overleeft de winter als enige van het nest. Zij begint na de winter met de opbouw van een kolonie. Voor de bouw van het nest gebruikt ze vezels van sterk verrot of broos hout, waar ze op kauwt en speeksel toevoegt. Dit vormt dan een soort papier.

Het nest heeft op dit moment een lichtdonker streeppatroon (afhankelijk van de gekauwde houtsoort). Ze bouwt enkele broedkamers en legt in elk van deze één ei, daarna dekt ze deze kamer af. Wanneer de eieren uitgroeien, voedt ze de larven met gevangen insecten. De larve verpopt zich tot werkster na enkele weken. Deze nemen alle taken over van de koningin, behalve het leggen van eieren.

Die taken zijn: zorgen voor de verdere uitbouw van het nest naarmate de kolonie groeit, de verzorging van de jongen en verzamelen van voedsel. Verschillende generaties werken samen. De koningin blijft verder eieren leggen en verspreidt feromonen die ervoor zorgen dat de werksters zich niet kunnen voortplanten. Het mannetje vinden we terug gedurende periode dat de koninginnen uitvliegen. Wanneer de kolonie gevestigd wordt, is het mannetje overbodig en wordt hij uit het nest geworpen en vermoord.

De verwijdering van een nest moet steeds aan een professional of imker overgelaten worden.

De wesp steekt soms spontaan en meermaals het slachtoffer. Ze doen dit om hun nestingang te bewaken, die zich vaak in de buurt van huizen of voedsel bevinden. De meest steken zijn die van de Duitse wesp en de gewone wesp. Slechts enkele keren van de hoornaar. Het gif van de wesp veroorzaakt een pijnlijk rode bobbel en kan bij mensen met een allergie tot een gevaarlijke reactie leiden (shocktoestand/zware opzwelling van de bobbel). De wesp verliest haar angel enkel als ze steekt in een dikke huid (handpalmen/voetzolen). Voor tips over hoe je een steek kan vermijden of hoe je die kan behandelen, scrol naar beneden.

De solitaire wesp (mannetjes en vrouwtjes) leeft alleen en kent geen koningin. Nadat het mannetje het vrouwtje heeft bevrucht zoekt zij een goede nestplaats op en bouwt enkele cellen. Ze legt dan haar eitje op een gevangen insect in die cel en sluit ze opnieuw af. Bij het uitgroeien, eet de larve het insect op en verpopt zich tot wesp. Pas na een jaar komt deze solitaire wesp te voorschijn uit zijn nest en begint alles weer van voor af aan. Ze vervullen hetzelfde nut als de sociale wesp maar zijn heel wat minder agressief.

De hoornaar (paardenwesp) is groter dan de wesp en kan tot 3,5cm lang worden, met een angel tot 3,7mm. Hij is hiermee de grootste wespachtige van België & Nederland. Hij heeft een roodbruine kop en borststuk en een duidelijk hoorbaar, zoemend vlieggeluid. Hij is minder vaak voorkomend dan andere wespen en ook minder agressief. Zijn steek is wél pijnlijker dan die van bv. een bij maar het gif is minder krachtig. Ze gebruiken dit gif om insecten te doden, die ze dan tot moes vermalen met hun kaken en opeten of aan hun larven voeren. De larven geven een zoete vloeistof af aan de werksters, die de suiker gebruikt als een soort brandstof om eropuit te vliegen en voedsel te verzamelen. De hoornaar valt enkel aan ter verdediging van zijn nest of wanneer je hem extreem verstoort.

De zweefvlieg (blinde bij) dankt zijn naam aan de manier waarop ze zich doorheen de lucht bewegen. Ze vliegen korte stukjes om dan plots te stoppen en ter plaatse te blijven zweven. Hij heeft twee vleugels. De zweefvlieg leeft vooral van nectar en stuifmeel. Ze zijn dan ook vaak op bloemen terug te vinden.

  • Meestal kleiner dan 2cm
  • Gelijkaardig aan wesp/bij qua kleur, vorm en beharing
  • Geen taille
  • Antennes zijn kort, drieledig & en onbeweeglijk.
  • Bijna ronde facetogen
  • Hebben geen angel en kunnen dus niet steken
  • ongevaarlijk

De bij, wordt vaak verward met een wesp. Van de bij moet je echter minder angst hebben.

De honingbij die hier het vaakst voorkomt, is slank gebouwd met een lichtbehaard bruin tot zwart lijf. Ze bouwt haar nest meestal in de nabijheid van bloemen en vermijdt de mens over het algemeen. Dit maakt het geen agressief beestje, maar bij bedreiging van zichzelf of van het nest zal ze steken. Wanneer ze gestoken heeft, verliest ze haar angel en sterft ze.

Wanneer bijen een nest bouwen, dan gebruiken ze dit voor meerdere jaren. Ze bouwen hun bijenkorf in de nabijheid van bloemen. De hiërarchie binnen zo’n bijenkorf is gelijkaardig aan die van de wespen, net als de takenverdeling. De mannetjes of ‘darren’ komen tijdens de zomer tevoorschijn, zij paren dan met de koninginnen (‘moeren’), maar spelen ook een rol bij de temperatuurregeling in de kolonie. Als er dan een tekort aan stuifmeel is, worden de darren verwijderd uit het nest. De grootte van een bijenkolonie bedraagt tijdens de winter een 10 000-tal werksterbijen en één moer. In de zomermaanden kan dit aantal snel oplopen tot 80.000 werksterbijen en enkele honderden darren.

Bijen hebben als hoofdtaak het bestuiven van bloemen, planten, fruitbomen, enz.. Op deze manier dragen ze bij tot onze voedselproductie, die bijdrage loopt zelfs op tot 30%. Een bij voedt zich met de nectar, stuifmeel en andere zoete afscheidingen (honingdauw). Wij kweken ook honingbijen voor hun honing.

Bijen zijn een beschermde diersoort die niet bestreden mogen worden, de wetgeving geeft enkel toestemming om bijen te bestrijden indien er direct gevaar dreigt voor de omgeving en wanneer er geen andere oplossingen zijn zoals het verplaatsen van de korf.

Als laatste is er de hommel, ook een beschermde diersoort die niet bestreden mag worden.

Een hommel is makkelijk te onderscheiden van alle bovenstaanden door zijn mollige en harige lichaam. Hij heeft een zwart-oranje-wit of een zwart-geel-wit lichaampje en korte voelsprieten. Hommels bevinden zich het meest rondom bloemen of struiken want ze voeden zich met nectar & stuifmeel. Hun nest bevindt zich dan ook hier, dit voor de bestuiving. Bepaalde hommels worden ook speciaal gekweekt voor de bestuiving van tomaten, paprika, aubergines, meloen, aardbei, enz. Een hommel is goed bestand tegen lagere temperaturen, dit maakt ze belangrijke bestuivers voor landen zoals Noorwegen & Zweden.

Een kolonie hommels sterft elk najaar, enkel de bevruchte jonge koninginnen overwinteren. Ze gebruiken meestal hun nest maar één keer want de nesten worden vaak geteisterd door nestparasieten en vijanden die snel hun weg terugvinden.

In België zien we het vaakst de tuinhommels, aardhommels, steenhommels, boomhommels, akkerhommels en weidehommels.

bron: anticimexblog.wordpress.com







Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

*

*

Voordat je reactie zichtbaar zal zijn, moet deze eerst worden beoordeeld door de beheerder van de site.